AkzoNobel

SikkensFoundation

Home

Back to homepage

back to home

SikkensFoundation

Piet Mondriaanlezing

MONDRIAANLEZING 1981 KLEUR ALS EEN SEMIOTISCH PROBLEEM — UMBERTO ECO — De Mondriaanlezing wordt dit jaar uitgesproken door Um- berto Eco. Eco, hoogleraar semiotiek aan de faculteit der letteren en filosofie van de universiteit van Bologna, werd vooral bekend door zijn onderzoek naar de beteke- nis van beelden in onze hedendaagse cultuur, aan de hand van literatuur, architectuur, beeldende kunst en film. Zijn onderzoekingen, die zich concentreren rond “cultuur als communicatie”, hebben dan ook verstrekkende in- vloed buiten het oorspronkelijk taalkundige gebied en vinden duidelijk weerklank in de visuele cultuur’, zo meldt het persbericht van de Stichting Sikkensprijs. Hij is later in brede kring vooral bekend geworden als schrijver van de middeleeuwse detective-roman The Name of the Rose. Kleur is geen gemakkelijke zaak, zo begint Eco zijn rede. Als men de term ‘kleur’ gebruikt om er de pigmentatie van de materie in de wereld mee aan te duiden, heeft men nog niets gezegd over onze chromatische waarne- ming daarvan. Johannes Itten maakt in zijn Kunst der Farbe onderscheid tussen pigmenten als chromatische werkelijkheid en onze perceptuele reactie als het chro- matische effect ervan. Het chromatische effect blijkt weer af te hangen van vele factoren zoals het soort oppervlak, het licht, het contrast tussen objecten, voorafgaande kennis enzovoort. Eco wil het hier hebben over kleur vanuit een puur theoretisch gezichtspunt, op basis van een algemeen semiotische benadering. Terug naar overzicht

De mens kan vele kleuren onderscheiden, maar hoe die te benoemen zodat iemand anders weet welke kleur hij bedoelt, daarvoor bedient hij zich van een systeem geba- seerd op vergelijkingen. Eco neemt hiervoor als voor- beeld een Romeinse encyclopedie uit de tweede eeuw na Christus, samengesteld door Aulus Gellius. Daarin wordt de filosoof Favorinus opgevoerd, die opmerkt dat ogen in staat zijn meer kleuren te onderscheiden dan er met woorden te benoemen zijn. Hij zei dat rood - rufus - en groen - viridis - in heel veel soorten bestaan, maar slechts twee namen hebben. Daarmee introduceerde hij, zonder het te weten, het huidige wetenschappelijke on- derscheid tussen identificatie (bedoeld als categorisatie) en discriminatie. Favorinus gaat verder: rufus is een naam, maar wat een verschil tussen het rood van bloed, het rood van purper, van saffraan of van goud! Het zijn allemaal variaties van rood maar om ze te definiëren kan het Latijn alleen maar teruggrijpen op namen van objec- ten. Daarom heet het rood van vuur flammeus, van bloed sanguineus, van saffraan croceus en van goud aureus. Dan zijn er nog verschillende termen voor roodachtige kleuren zoals fulvus, dat door Vergilius en andere schrij- vers geassocieerd wordt met leeuwenmanen, zand, wol- ven, goud, de arend en met de halfedelsteen jaspis. De term flavus gebruikt Vergilius voor de haren van de blon- de Dido, maar ook voor de bladeren van de olijfboom. De Tiber werd gewoonlijk flavus genoemd vanwege de grijs- groene modder erin. Fulvus is volgens deze encyclope- die een mengsel van rood en groen, terwijl flavus een mensel is van groen, rood en wit. Mogelijk was de zin- tuiglijke waarneming van de Romeinen anders dan de onze, maar de tegenstrijdige associaties moeten niet worden afgeschreven op het conto van een soort kleu- renblindheid. Favorinus en zijn filosofische vrienden met wie hij dit discours over kleur houdt, beschreven niet hun eigen percepties, maar bedienden zich van literaire tek- sten uit verschillende eeuwen. Dit is een soort culturele puzzel en als zodanig gefilterd door een linguïstisch sys- teem. Om deze puzzel op te lossen moeten we ons ver- diepen in de semiotische structuur van de taal. Download tekst als pdf