SikkensFoundation
MONDRIAANLEZING 2010 — CHARLES JENCKS — In de jaren zestig van de vorige eeuw voltrok zich in de westerse architectuur een generatiewisseling. Er kwam een einde aan de dominantie van de ideologie van het modernisme en de daardoor ondersteunde ‘international style’. Van de abstractie, het reductionisme en het soms virulente anti-historicisme dat het werk van oude hoofdfiguren als Le Corbusier cum suis bepaalde, werd de overgang gemaakt naar de formele variatie en de historische verwijzingen van een nieuw artistiek pluralisme. Ingeleid door theorie en praktijk van verlichte Amerikanen uit de naoorlogse periode als Robert Venturi en Jane Jacobs startte de tot vandaag vitale historische episode van het postmodernisme. Dit post- modernisme vond een toegewijde wegbereider in de persoon van Dr. Charles Jencks (1939), opgeleid als architect en nadien academisch gepromoveerd als architectuurhistoricus. In boeken als ‘The Language of Postmodern Architecture’ (1977), later onder meer gevolgd door ‘The Architecture of the Jumping Universe’ (1995) en ‘Critical Modernism’ (2007), bewees Jencks zich als chroniqueur van de stroming van zijn eigen tijd. Zijn beeldende schrijfstijl droeg bij aan het toegankelijk maken van het rijk geschakeerde tableau van de laat twintigste-eeuwse architectuur. Opmerkelijk was het veelvuldige beroep dat Jencks deed op evolutionaire diagrammen en statistieken om zijn onderwerp inzichtelijk te maken in al zijn gevarieerde verschijningsvormen. Het was een bruikbare manier om de ontwikkeling van de ‘soort’ architectuur in een complex universum te demonstreren. In zijn analyse van de postmoderne architectuur legt Jencks de nadruk op de doorgaans ‘dubbele codering’ ervan: de combinatie van moderne techniek met iets extra’s uit de wereld van het traditionele bouwen, waardoor het gebouw weet te communiceren met zijn omgeving. Zoals een gebouw een relatie met zijn context kan aangaan, meent Jencks ook dat de cultuur van zijn tijd in open verbinding met het verleden ontstaat. De architectuur van nu is een mengsel van wat eerder al bereikt werd, op de manier van een palimpsest: steeds wordt een nieuwe laag toegevoegd aan een oude die werd uitgewist. Architectuur functioneert bij Jencks in een uitdijend universum - en dat demonstreert hij ook in zijn persoonlijke ontwikkeling. Baseerde hij zijn vroege geschreven werk op het contrast tussen de postmodernistische pluriformiteit en het modernistische reduc- tionisme, later verwijdde zijn beoordelingskader zich tot dat van complexiteitstheorie en de cosmogenese. Evenredig met deze theo- retische verbreding verruimde zich ook zijn persoonlijke agenda. De schrijver en docent evolueerde tot een landschaps- en tuinarchitect met een drukke praktijk, waarin sterk naturalistisch getinte ontwerpen tot stand komen. Bovendien raakte hij intensief betrokken bij de architectuur van de gezondheidszorg. Jencks is mede-oprichter en bestuurder van de Maggie’s Cancer Caring Centres, genoemd naar zijn in 1995 aan kanker overleden vrouw Maggie Keswick. Terug naar overzicht