AkzoNobel

SikkensFoundation

Home

Back to homepage

back to home

SikkensFoundation

Piet Mondriaanlezing

MONDRIAANLEZING 1993 SOME ASPECTS OF COLOR IN GENERAL AND RED AND BLACK IN PARTICULAR — DONALD JUDD — Judd begint niet over kleur, maar over ruimte, ruimtewer- king in de kunst en in het algemeen. Weinig mensen hebben er gevoel voor. Materiaal, ruimte en kleur zijn de voornaamste aspecten van de beeldende kunst. Ieder weet dat materiaal opgepakt en verkocht kan worden, maar niemand ziet ruimte en kleur. In de beeldende kunst wordt en werd over ruimte vrijwel niet gesproken. Het belangrijkste en meest ontwikkelde aspect van de ei- gentijdse kunst is onbekend. Met kleur is veel gebeurd; met ruimte niet. Pas sinds een jaar of dertig is er in de moderne kunst be- langstelling voor het ruimtelijke aspect. De meeste sculp- tuur - met uitzondering van Giacometti - was tot die tijd een ‘steen met complicaties’. Judd begon zelf begin ja- ren zestig zich met het onderwerp ruimte bezig te hou- den en hij gelooft dat hij zelf ruimte tot een van de voor- naamste aspecten van kunst heeft ontwikkeld. Andere kunstenaars die hij noemt zijn onder meer Oldenburg en Serra. Over ruimte in de kunst en in de architectuur vindt tegenwoordig geen discussie plaats. Een van de vele destructieve veronderstellingen tegen- woordig is dat ideeën geen vaders hebben. Maar ideeën woorden door iemand bedacht. Zo is van Judd het idee afkomstig om een sculptuur op de grond te zetten zonder sokkel; het is nu algemeen voorkomend en niemand rea- liseert zich dat. Zo is ook van hem het idee van de instal- latie afkomstig, het gebruik van de hele ruimte. Veel kun- stenaars devalueren dat idee. Opnieuw ontbreekt weer elke discussie en ontstaan middelmatige werkjes. Judd spreekt vervolgens over zijn sculpturen die hij aan de wand bevestigde - hij realiseerde zich dat het werk een zelfde relatie tot de wand zou kunnen hebben als tot de vloer. Noemt anderen die dat ook deden en beklaagt zich over het feit dat niemand is geïnteresseerd in de volgor- de van deze ontwikkeling. Kunsthistorici die zich met het verleden bezighouden zijn tenminste nog geïnteresseerd in chronologie. Zij die zich met hedendaagse kunst be- moeien niet, zij zien kunst als onderwerp voor hun eigen speculaties. Terug naar overzicht

De discussie over kleur is uitgebreider dan die over ruim- te, en beschrijft tot op het eindeloze af de eigenschappen van kleur. De kunst kent een geschiedenis van kleur. Om de generatie komt een nieuw idee van kleur op. Dit is echter een generatie zonder ideeën. Tegenwoordig is volstrekte veronachtzaming het gemeenschappelijk lot van zowel ruimte als kleur. Judd verwijt de kunstopleidin- gen dat zij te weinig kennis en historisch besef aan hun leerlingen overdragen. Dat levert slechte kunstenaars op; de integriteit van de kunst neemt voortdurend af. Achteraf bezien is de expansie van kleur tot in de jaren zestig logisch en eindigde met schilderijen van Pollock, Newman, Still en Rothko. De noodzaak van kleur, en vooral de betekenis van die noodzaak vernietigde de eerdere de eerdere figuratieve schilderkunst. De rol van kleur werd belangrijker dan zij in eeuwen was geweest. Kleur is een onmiddellijke gewaarwording, een feno- meen. Judd spreekt over kleur als kennis, als herinnering. Hij gebruikt bijvoorbeeld kleuren die voorkomen in een pa- neel van Rogier van der Weyden, blauw en rood, die overeenkomen met de RAL-Farben 3027 (Himbeerrot) en RAL-5013 (Kobaltblau). Spreekt zijn bewondering uit voor kleuren van Giorgione, Titiaan en El Greco (‘ze zijn helder, zoals glas-in-lood’). Kleur in de architectuur begon en eindigde met De Stijl. Daarvoor en daarna is het decoratie. De vraag is of ar- chitectuur uit natuurlijke tinten moet bestaan of deels ge- kleurd moet zijn. In de huidige overvolle en rumoerige samenleving is het aan te bevelen kleur te vermijden. Er is al zoveel schreeuwerige (reclame-) kleur, en ook zon- der dat zijn de meeste steden een rotzooi. Hoe nieuwer hoe erger. Mondriaan, Malevich, Van Doesburg en anderen maak- ten kunst en architectuur als onderdeel van een nieuwe beschaving. Gewoonlijk worden ze afgedaan als idealis- ten en utopisten, Mondriaans filosofie uitgezonderd. Judd vindt het niet idealistisch iets nieuws, weldadigs en ook praktisch te willen doen in een nieuwe beschaving. De beschaving stagneert als mensen zich aan de conventies aanpassen. Judd gaat verder in op kleurgebruik in het algemeen dat natuurlijk in zijn visie erbarmelijk is, kleurgebruik door an- dere kunstenaars en op zijn eigen kleurgebruik, dat heel systematisch en uiterst nauwkeurig is. Over rood en zwart zegt hij naar verhouding niet zoveel. Het is al met al een verhaal waar observaties en meningen over kleur, ruimte en kunst in zitten, die bewondering afdwingen. Jammer is het dat het betoog als geheel weinig samen- hang heeft en is ingebed in misantropische aanklachten tegen de kunstwereld, kunstenaars, kunsthistorici, mu- sea, galeries en de samenleving als geheel. Download tekst als pdf