AkzoNobel

SikkensFoundation

Home

Back to homepage

back to home

SikkensFoundation

Piet Mondriaanlezing

MONDRIAANLEZING 1989 A DEFENCE OF UTOPIA — ARTHUR MÜLLER LEHNING — De Piet Mondriaanlezing van 1989 wordt gehouden door de dan 90-jarige Arthur Müller Lehning, politiek activist en in 1927 oprichter van de internationale revue i 10, waaraan onder meer de architecten J.J.P. Oud, Rietveld, Van Eesteren, de kunstenaars Mondriaan, Kandinsky, Moholy-Nagy en de schrijvers Walter Benjamin en Ernst Bloch hun medewerking verleenden - een samenvloeiing van kunstdisciplines die vanzelfsprekend de sympathie van de Sikkens Foundation heeft. Voordat Müller Leh- ning zijn lezing ‘A defence of Utopia’ houdt, wordt ook van hem een filmportret vertoont, in 1982 in Berlijn opge- nomen voor de VPRO door Hans Keller. De keuze voor Arthur Müller Lehning staat niet los van de opzienbaren- de ontwikkelingen in de DDR - daags na de Mondriaanle- zing valt de Berlijnse Muur. Lehning memoreert hoe hij enkele jaren geleden, in een door Hans Keller gefilmde terugblik op zijn verblijf in Ber- lijn, bij de Muur stond, waar hij op verzoek van Keller de volgende woorden van Hegel citeerde: ‘Das einzige das die Geschichte lehrt, ist daß Völker und Staaten nichts von der Geschichte lernen.’ Waarom hij dat daar zo braaf opzei, is hem achteraf een raadsel. (‘Mijn ervaring met televisiemensen is, dat men zich ten opzichte van hun di- rectieven nogal schaapachtig gedraagt.’) Maar misschien is het zinvoller zich af te vragen of Hegel met deze histo- rische woorden gelijk had, en zo ja, waarom. Een redelij- ke vraag, nu deze eeuw zich ten einde spoedt en men zich af kan vragen hoe het met de politieke, sociale en culturele toestand in de wereld gesteld is. Het is het ein- de der ideologieën, voorspellen sommigen, gezien wat zich op dat moment in Oost-Europa voltrekt. De tijd zou aanbreken dat de liberale democratie, met haar systeem van de markteconomie, niet meer door andere systemen wordt bedreigd. Lehning geeft toe dat er veel in Oost-Europa gaande is, even opzienbarend als onvoorspelbaar. Maar uit de ge- beurtenissen van de laatste tijd zijn nog wel andere con- clusies te trekken dan het aanbreken van ‘een gouden eeuw’. Deze visie is namelijk nogal eurocentrisch, de Derde Wereld wordt bijvoorbeeld geheel buiten beschou- wing gelaten. Dit jaar (1989) werd in Frankrijk uitbundig herdacht dat tweehonderd jaar geleden de mensenrechten werden geproclameerd. Maar dat wil nog niet zeggen dat ze, zo- veel jaar later, ook zijn doorgevoerd. Bakoenin was pro- fetisch in zijn uitspraak dat de revolutionairen van zijn tijd de toekomstige dictators van de revolutie zouden zijn, even centralistisch en despotisch als hun voorgangers, die evenzeer het volk tot gehoorzaamheid zouden dwin- gen. Helaas zijn zijn woorden uitgekomen. Terug naar overzicht

Voor deze anti-etatistisch gezinde opvattingen voert Leh- ning nog een andere getuige op: Wilhelm von Humboldt, die in 1810 in Berlijn de universiteit stichtte waar Lehning in de jaren twintig studeerde. Hij schreef in 1792 een be- langrijk traktaat over de staat, wat die moet zijn en vooral wat die niet moet zijn. Vrijheid is het hoogste goed voor de ontwikkeling van individuele mensen. Inmenging van de staat kan alleen tot eenvormigheid leiden. Het begin- sel dat de regering voor het geluk en het welzijn van de natie moet zorgen kan slechts leiden tot despotisme, al- dus Von Humboldt. Zijn opvattingen over euthanasie, cri- minologie en bureaucratie zijn van een verbluffende ac- tualiteit. Von Humboldts geschrift is een monument van liberalisme, de 18de-eeuwse variant wel te verstaan. Lehning gebruikt het hier als spiegel van de toestand in de wereld waarin wij nu leven, tweehonderd jaar na de proclamatie van de mensenrechten. Het is slecht met de wereldorde gesteld, als wij letten op de bewapening, dik- wijls de grootste post op landelijke begrotingen. De wa- penhandel, evenals de drugshandel, schermt met het motief van werkloosheid als de productie verminderd. Dan is er de financiële chaos, een permanente instabili- teit van de monetaire toestand. Miljarden worden heen en weer geschoven, concerns en multinationals fuseren. Vele landen hebben een piramide van schulden - blijk- baar leeft de hele wereld op krediet. Over de hele wereld neemt de terreur toe; met het milieu is het alarmerend gesteld. Het willekeurig en agressief ingrijpen in de na- tuur, meestal om economische redenen, zal onherstelba- re gevolgen hebben. Lehning toont in alle gevallen de in- menging van het kapitalisme aan met oorlog, terreur en misdaad. KARL MARX De wetenschappelijke utopie van Karl Marx vat Lehning in het kort samen. Anders dan bij socialistische utopisten als Robert Owen of Charles Fourier, is Marx’ theorie niet gebaseerd op maatschappelijke idealen. Het socialisme is een immanente finaliteit van een hegeliaans wetmatig proces, een historische noodzakelijkheid. Zoals bekend is de geschiedenis anders verlopen, maar de politiek die op dit imaginaire proces is gebaseerd is gehandhaafd. Vandaar het bankroet van het marxisme. Had Hegel gelijk met zijn pessimistische dictum? Lehring gaat bij een schrijver te rade van wie wel gezegd wordt dat hij het geweten van zijn tijd was: de Weense schrijver Karl Kraus. Hij beschreef 23 jaar lang eigentijdse gebeur- tenissen in zijn eigen tijdschrift Die Fackel, om de werke- lijkheid te onthullen. Van hem zijn de woorden: ‘Die Welt geht unter, und man wird es nicht wissen. Alles was gestern war, wird man vergessen haben, was heute ist, nicht sehen, was morgen kommt nicht fürchten. Man wird vergessen haben, daß man den Krieg verloren, vergessen haben, daß man ihn geführt hat. Darum wird es nicht aufhören.’ Hoe is het mogelijk, vraagt Lehning zich af, dat steeds opnieuw de volken zich door hun regeringen laten opja- gen tot wederzijdse massamoord. Wellicht is één van de oorzaken de horigheid van de mensen aan de staats- macht en de autoriteit in het algemeen, dankzij de geïn- stitutionaliseerde religies. Download tekst als pdf