SikkensFoundation
STADSGEDICHTEN, 1992 — Via Arthur Lehning krijgt Sikkens Foundation een gedeel- telijk ongepubliceerde cyclus expressionistische gedich- ten over steden van Hendrik Marsman in handen. Het bestuur besluit deze cyclus te publiceren en geeft op- dracht aan de dichters uit twee latere generaties, Remco Campert en Robert Anker, om naar aanleiding van de Sikkensprijs voor Bohigas ook enkele stadsgedichten te maken. Deze zullen met de gedichten van Marsman wor- den uitgegeven in een bibliofiele bundel. ‘Opdracht en uitgave zijn ingegeven door de overtuiging dat de stad en haar cultuur niet enkel het domein is van de architectuur, de stedenbouw of planning, maar zeker ook van de poë- zie, de beeldende kunst en cinematografie’, meldt het persbericht. De wijze waarop de dichter de stad ervaart en verwoordt, verrijkt haar als fenomeen van de cultuur. De Sikkens Foundation wil met deze bundel stadsge- dichten ‘de poëzie weer een plaats geven in het publieke debat over de stad dat ook in Nederland geleidelijk aan van start is gegaan’.Terug naar overzicht
BERLIJN — De morgenlucht is een bezoedeld kleed een bladzij met een ezelsoor een vlek de stad een half ontverfde vrouw maar schokkend steigert zij den hemel in als een blauw paard van Marc in ‘t luchtgareel Berlijn de zon is geel - - - - - H. MARSMAN Download tekst als pdf
WELLING - STADSRAND III — Het Concertgebouw is uit en luide goedgestemde vrouwen in het dringen van hun mannen steken nu hun kraag op, hun is spa de olie voor het vliegwiel in hun hoofd en door geen schoonheid hapert, door de grote tocht der liefde nooit de ruiten ingewaaid maar altijd thuis gebleven. O jullie, trouwe abonnees op alle kranten van het leven, hoor hoe je hier het pas gemaaide gras van je gedachten fier betreedt, nee, wij lachen niet en stoten de jenever om, een dweil voor onze goede fouten maar wij kijken dubbel met ons boze oog hoe jullie om de oppas en de vroege veren naar het woonerf en geen natte lopende meloen op tafel, nee, alles is betaald, op naar ons bed voor twee personen in de flakkerende trots te weten dat je hebt gewed. - - - - - ROBERT ANKER
HET (ON)BEKENDE — Ik moest geen enkele kant uit en nam de nieuwste bus op weg naar het nieuwste stadsdeel verliet het voltooide en zag wel waar ik terechtkwam een plek die ook al af was of juist nog niet of het zand er al was ingelopen of nog woei over tegels of er over de sloot nog een plank lag of je de molen nog kon zien en het dorp aan de overkant of die grote luchten er nog waren met die wolken waarvan ik dromen moest of er op een voorlopige hoek, plastic haakt aan de struiken, een keet zou staan voor de buschauffeur of ik in een bui zou kunnen raken van snel inzicht in de gang van mijn bestaan of ik het oude spoor zou zien waar de nieuwe rails onwillig lagen - - - - - REMCO CAMPERT