SikkensFoundation
Tot de kernactiviteit van Sikkens Foundation behoort het, om de paar jaar, toekennen van de Sikkensprijs aan per- sonen en instellingen die, naar het oordeel van het be- stuur, een bijzondere bijdrage leveren aan de doelstelling van Sikkens Foundation. De eerste Sikkensprijs werd in 1960 in ontvangst genomen door de architect Gerrit Riet- veld. De toekenning heeft betrekking op zijn gehele oeu- vre ‘in zoverre hij hierin heeft bijgedragen tot de verwe- zenlijking van de synthese tussen ruimte en kleur’. Hierbij heeft de commissie in de eerste plaats gedacht aan het eerste belangrijke bouwwerk van Rietveld, het Rietveld-Schröderhuis te Utrecht, waarin de compositie- elementen door primaire kleurbehandeling zijn geaccen- tueerd in hun architectonische betekenis. In al zijn latere gebouwen is bovendien de kleurwerking als architec- tuurelement bewust toegepast. Daarna volgden onder meer Le Corbusier (1963), Theo van Doesburg (1968) en Donald Judd (1993). Bij een overzicht van de toekenning van Sikkensprijzen in de afgelopen decennia valt op dat deze in meerderheid werden uitgereikt aan individuele kunstenaars en architecten die op het gebied van kleur- toepassing baanbrekend werk hebben verricht. Zo ook de Nederlandse kunstenaar Krijn de Koning die de Sik- kensprijs 2007 ontving. Sikkens Foundation beperkt zich echter niet tot beeldende kunst en architectuur maar ziet kleur, aangezien het een universeel verschijnsel betreft, in een zeer breed verband. Prijzen aan onder andere De hippies (1970), de Rijksdienst voor IJsselmeerpolders (1979), de filmmaker Ettore Scola (1983) en de reini- gingsdienst van de stad Parijs (1995) getuigen hiervan. Geheel in deze lijn past ook de uitreiking van de Sikkens- prijs 2004 aan de HEMA. Download tekst als pdf
2007 KRIJN DE KONING Voor een oeuvre waarbinnen kleur en vorm, maar ook gevoel en sfeer, een zintuigelijke be- leving van de ruimte oproept die de interactie tussen het publiek en de gebouwde omgeving op geheel eigen wijze ter discussie stelt. — — — 2004 HEMA Vanwege het opmerkelijk gebruik van vorm en kleur binnen verschillende retailconcepten (van productverpakking via publiciteit, winkelinrich- ting tot aan de vormgeving en organisatie van de website) van het grootwinkelbedrijf. — — — 1999 INTERNATIONALE BAUAUSSTELLUNG EMSCHER PARK Voor de wijze waarop deze manifestatie door middel van veelsoortige projecten de overgang begeleidt van een voormalige industriegebied naar een nieuw type cultuurlandschap. CLAUDIO MAGRIS Voor zijn bijdrage aan de verkenning van het culturele landschap van Europa en de beteke- nis daarvan voor het Europese debat over identiteit. — — — 1997 JOHN GAGE Op grond van zijn onderzoek naar en publica- ties over de rol en betekenis van kleur in de geschiedenis van de Westerse cultuur. — — — 1995 PROPRETÉ DE PARIS Voor de consequente toepassing van de kleur groen in materieel en kledij, wat heeft geleid tot de bewustwording van de afval- en milieupro- blematiek bij de bevolking van Parijs en tot een waardiger identiteit van de mensen die bij de dienst werken. ADRIAAN GEUZE Om zijn alert reageren op de veranderende kijk op stad en natuur met ontwerpen die het expe- riment niet schuwen, om zijn bedachtzame vin- dingrijkheid en zijn verrassend esthetisch voca- bulaire. JAN DIBBETS Voor zijn ontwerpen voor glas-in-loodramen voor de kathedraal te Blois en de Sint Gertru- diskerk te Wijlre, waar het evenals in zijn vrije werk gaat om het beheerst evenwicht tussen vorm en achtergrond – in dit geval: het licht. — — — 1993 DONALD JUDD Voor een stralend oeuvre en voor de morele helderheid en standvastigheid die het ken- merkt, van de globale vorm tot in de kleinste details van constructie en kleurgeving. — — — 1991 SEAMUS HEANY/REINBERT DE LEEUW Om de betekenis te onderstrepen die kleur en schakering kunnen hebben, niet gehinderd door de materiële beperkingen van het strikt vi- suele. — — — 1989 ORIOL BOHIGAS Voor zijn rol als supervisor van de reconstructie en stadsontwikkeling van Barcelona, voor zijn architectuurhistorisch onderzoek waarmee hij de stad het bewustzijn van haar rijke architec- tonisch erfgoed heeft teruggegeven en voor de grote rol die hij toekent aan kunst, filosofie en literatuur bij het begrijpen, interpreteren en in- richten van de openbare ruimte. — — — 1987 LUCIANO FABRO Vanwege de unieke wijze waarop hij in zijn werk heeft aangegeven dat kleur niet abstract is, maar een optische ervaring mede afhanke- lijk van atmosferische omstandigheden op de plek van waarneming. — — — 1985 GERMANO TAGLIASACCHI & RICCARDO ZANETTA Voor hun opzienbarend onderzoek naar het in historisch opzicht uniek kleurenschema voor de stad Turijn in de periode 1800-1850. BENNO PREMSELA Wegens de grote maatschappelijke verdienste die hij levert en heeft geleverd door zich op een zeer persoonlijke, fundamentele en crea- tieve manier als ontwerper, adviseur en stimu- lator bezig te houden met productvernieuwing. — — — 1983 CAREL WEEBER Voor zijn vernieuwende ontwerpen op het ge- bied van stedebouw en architectuur en zijn in- vloedrijke bijdrage aan de culturele dimensie van het huidige bouwen. ETTORE SCOLA Voor het in zijn films Una giornata particolare, Passione d’amore, en La nuit de Varennes toe- gepaste kleurgebruik en de ontwikkeling daar- van, gepaard aan de gecompliceerdheid van deze werken.
1981 JAAP DRUPSTEEN Omdat hij in de televisie het medium heeft ge- vonden om zich op zeer eigen wijze in beeld, beweging en kleur uit te drukken. — — — 1979 RIJKSDIENST VOOR DE IJSSELMEER- POLDERS Voor het landschap van de IJsselmeerpolders dat wordt gekenmerkt door een functionele in- richting die veranderingen in de tijd weerspie- gelt en eveneens de karakteristieken (ook in kleur) van het Nederlandse landschap weer- geeft. ARMANDO Voor zijn beeldend werk dat op verschillende momenten in de recente kunstgeschiedenis zeer pregnant gewerkt heeft. — — — 1971 RICHARD PAUL LOHSE Voor zijn kunst en de daarin ontwikkelde com- positietechnieken die grote mogelijkheden in- houden voor het hedendaagse bouwen, waarin de compositie van industrieel vervaardigde standaardonderdelen om nieuwe technieken vraagt. — — — 1970 DE HIPPIES Voor een uitbundig gebruik van kleur als een ludiek aspect in de menselijke samenleving, waardoor een daadwerkelijke bijdrage wordt geleverd aan de integratie van kleur en ruimte. — — — 1969 JOSEF SVOBODA Voor zijn toneelbeelden en voor zijn werkstuk in het Tsjechoslowaakse paviljoen op de we- reldtentoonstelling te Montreal in 1967. — — — 1968 THEO VAN DOESBURG Voor zijn pionierswerk voor een synthese van kleur en architectuur, zowel in praktijk als in geschrift. — — — 1967 MAURICE AGIS & PETER JONES Voor hun conceptie van ruimtelijke structuren, gekarakteriseerd door de onderlinge relaties van vlakken, lijnen en kleuren, die ruimtelijke gerichtheid bepalen, inspirerend tot menselijke beweging daarin. — — — 1966 PETER STRUYCKEN Voor zijn intensief onderzoek, zowel theore- tisch als beeldend, naar een wetmatigheid in de relatie tussen vorm en kleur. JAN SLOTHOUBER/WILLIAM GRAATSMA Vanwege de indringende wijze waarop zij een verband tussen ruimte en kleur hebben afge- leid uit de correspondentie tussen de drievlaks- hoeken van een kubus en de zes elementaire kleuren. — — — 1965 JOHANNES ITTEN Wegens zijn fundamentele bijdrage tot de inte- gratie van ruimte en kleur als grondlegger van de Vorkurs aan het Bauhaus, en voor zijn bij- drage tot de kleurenleer in Kunst der Farbe. — — — 1964 LIVINUS VAN DE BUNDT Voor zijn experimentele ‘fotopeintures’ waar- voor hij een machine heeft ontworpen waar- mee hij ‘schildert met licht’. — — — 1963 LE CORBUSIER Vanwege zijn toepassing van kleur als actief element in de ruimtelijke en plastische werking van de architectuur. — — — 1962 DICK VAN WOERKOM/JEAN GORIN/ CHARLES BIEDERMAN/ JOOST BALJEU/STRUCTURE Voor de opleving van het constructivisme en de verbeelding van universele wetten in de lijn van De Stijl, met als doel: de algehele vernieuwing van onze sociale omgeving, van huis tot stad. — — — 1961 ALDO VAN EYCK/JOOST VAN ROOJEN Voor het Burgerweeshuis van Van Eyck en voor de samenwerking van beiden bij de inte- gratie van kleur in de gebouwde ruimte: de kin- derspeelplaats aan de Amsterdamse Zeedijk. — — — 1960 ALDO VAN EYCK/CONSTANT NIEUWEN- HUYS Voor het manifest Voor een spatiaal colorisme en de demonstratie daarvan op de tentoonstel- ling ‘Een ruimte in kleur’ (Stedelijk Museum, Amsterdam, 1952). 1959 GERRIT RIETVELD Voor zijn gehele oeuvre in zoverre hij hierin heeft bijgedragen tot de verwezenlijking van de synthese tussen ruimte en kleur.