SikkensFoundation
1992 SEAMUS HEANY EN REINBERT DE LEEUW — Om de betekenis te onderstrepen die kleur en schake- ring kunnen hebben, niet gehinderd door de materiële beperkingen van het strikt visuele. — Omdat het bedrijf Sikkens dit jaar tweehonderd jaar be- staat is de uitreiking van de Sikkensprijs 1991 verzet naar 1992. Het bestuur zoekt het dit keer op het gebied van de kleurbeleving in de niet-visuele kunst en heeft ge- kozen voor twee kandidaten voor de Sikkensprijs: de Ier- se dichter Seamus Heaney en de Nederlandse musicus Reinbert de Leeuw. Op 28 maart vindt in bioscoop Tus- chinsky in Amsterdam de uitreiking plaats. ‘Met deze toe- kenning wordt de betekenis onderstreept die kleur en schakering kunnen hebben, niet gehinderd door de ma- teriële beperkingen van het strikt visuele’, verantwoordt het bestuur in de woorden van Rudi Fuchs, die leiden tot een mooi kort essay dat hier integraal is overgenomen: Terug naar overzicht
‘In elke kunst gaat het om de precisie van de uitdrukking: ook al komt in het maakproces van zowel poëzie als mu- ziek de kleur in fysische zin niet aan de orde, het gaat daar wel om het totstandbrengen van helderheid en nu- ancering. In de visuele kunsten speelt de kleur daarbij een kardinale rol. In de muziek die Reinbert de Leeuw laat klinken gaat het om de helderheid van de interpreta- tie en om een gevoelige frasering die begint in het alerte oor van de musicus. De poëzie van Seamus Heaney kenmerkt zich door de markante kracht van de stem, door buigzaam en tegelijk stevig taalgebruik, en wordt gedragen door de scherpte van zijn waarneming van din- gen en gebeurtenissen. Tussen het moment van de eerste inspiratie, een verlan- gen tot maken, en het eigenlijke werk als het zijn vorm tot in perfectie heeft gekregen, tussen die twee momen- ten van anticipatie en beslissende voltooiing ligt het tra- ject van de vormgeving. Dat is het roerige ordeningspro- ces waarin het materiaal, woorden en klanken, tot onomkeerbare zeggingskracht worden gebracht. In we- zen is dit persoonlijke proces van passen en meten, van wegen en proeven op de scheidslijn tussen traditie en vernieuwing voor elke kunst hetzelfde. ook voor de dichtkunst en de muziek gaat het er om de nog onge- vormde idee te brengen naar een gevormde werkelijk- heid: het wankele, evenwichtige en verfijnde weefsel van het kunstwerk. Dat laatste is wat wij zien en lezen en ho- ren. Het eerdere is het proces waarin de kunstenaar zijn verbeelding en zijn meesterschap beproeft en tot leven wekt, zodat het kunstwerk straalt als een uniek ding waar, zoals de dichter zegt: “accident got tricked into ac- curacy”. Behalve voor dit bijna ambachtelijke meesterschap in het omgaan met hun eigen materiaal, worden beide kunste- naars bekroond voor de onafhankelijkheid van hun oeu- vre: voor indrukwekkende gedichten met de onverwissel- bare Ierse en Europese stem en voor het eigenzinnige en briljante repertoire van de musicus, en omdat hun werk een voorbeeldige openbaring is van de ondoorgron- delijke en meeslepende kracht van hun kunst.’ Download tekst als pdf